Het woonhuis is gebouwd tegen een zogenaamde ‘wachtgevel’ als beëindiging van een rijbebouwing.
Aan de zuidzijde zou een straat worden aangelegd naar het Sint Bernardinuscollege.
Hierdoor was er een bouwkavel overgebleven.
De oplossing doet denken aan het straatbeeld van het, door Gerrit Rietveld ontworpen, Schröderhuis in Utrecht. Maar de architectonische opvattingen zijn hier volstrekt anders evenals de transparantie, kleuren en materialen.
In de jaren zestig wordt gereageerd op de massale architectuur van de wederopbouw. Peter Sigmond (Boedapest 1932-Weert 2015) is bekend van grote (Amerikaanse) projecten zoals het winkelcentrum ’t Loon.
Hij sluit aan bij het ‘New Brutalism’ van Peter en Alison Smithson. Maar zijn treffende architectuur met heldere lijnen komt ook tot uitdrukking in kleinere woonhuizen.
De vormgeving van de buitenruimte, balkons en terrassen had zijn bijzondere aandacht.
Dit woonhuis wordt gekenmerkt door een oprijzend verticaal element van ongeveer tien meter dat aan de voorzijde zacht is afgeschuind en uitgevoerd is in een witte verblendsteen.
Opvallend zijn de twee bouwlagen met boorden van wisselende afmetingen. Aan de linkerzijde van de voorgevel is nauwkeurig aansluiting gezocht bij het naastgelegen pand. Het zicht op de oude gevelpunt is gebleven.
Bijzonder is het horizontalisme met een sterk accent op de dakrand en de borstwering van de eerste verdieping.
In het contrast van de strakke witte banden en de donkere gemetselde vlakken zou Oost-Europese maar mogelijk ook Corbusiaanse invloed herkenbaar kunnen zijn.
Het pand is verbouwd en heeft nu meerdere behandelkamers en wachtruimten voor de tandartsenpraktijk van Roel Sijben.