Peutz breekt door tijdens het interbellum met strakke expressionistische architectuur. De compositie van de afzonderlijk elementen geven zijn bouwwerken een plastische karakteristiek.
Na de Tweede Wereldoorlog gaat hij rationeler bouwen.
Het accent komt meer te liggen op industriële aanpak.
Het afgebroken Europastate en V&D naast het raadhuis zijn daar een voorbeeld van evenals de Stadsschouwburg.
Het pand bestaat uit vier bouwlagen met een plat dak. Interessant is het wisselende patroon van de gevelindeling, waardoor de verdiepingen als het ware van de grond zijn getild. De vlakke gevels op de verdiepingen zijn voorzien van bandvensters en op de begane grond van grote etalagevensters. De kelder is bedoeld voor archief, fietsenstalling, magazijn en deels winkelruimte.
Op de eerste verdieping werden een showroom, tekenkamer, kantine voor het personeel en directieÂkamer gerealiseerd.
De tweede en derde etage zijn ingedeeld in wooneenheden met twee of drie slaapÂkamers. Bij de restauratie is de gevel weer teruggebracht in zijn oorspronkelijke staat.
Het gebouw heeft een zakelijke stijl en leek een beetje op de trant van het niet gerealiseerde station dat Peutz in de jaren vijftig voor Heerlen ontwierp. De gevel maakt de stapeling van de verschillende functies zichtbaar.
Later was er de elektronicazaak Vogelzang gevestigd.
Dit bedrijf timmerde de eerste verdieping voor een belangrijk deel dicht waardoor de oorspronkelijke gelaagdheid verloren dreigde te gaan.
Het Heerlense architectenbureau Fox-Öztan Architecten restaureerde in 2006 het gebouw en herstelde de meest karakteristieke elementen.
Het kunstwerk op de rotonde voor het pand, een opspattende druppel, is van Ivon Drummen (2005).