De neo-stijl toegepast bij dit pand is eigenlijk uit de 19e eeuw maar is er ook nog in de 20e eeuw. Veel cultuurhistorici vinden, dat tot het begin van de Eerste Wereldoorlog oude stijlen overheersen. Daarna neemt de invloed van het ’Nieuwe Bouwen’ toe.
De voornaamste renaissancekenmerken zijn: speklagen of cordonlijsten die door de lichte kleur contrasteren met het metselwerk en het gebruik van steenblokken in de bogen boven de vensters.
Het natuurstenen kruisvenster met een middenstijl en een doorlopende dorpel zijn kenmerkend voor de renaissance.
Het meest herkenbare is de Hollandse trapgevel die in het straatbeeld uitrijst boven de aansluitende gootlijsten. Trapgevels maken het mogelijk kopgevels met horizontale dekplaten aan de bovenzijde te beschermen tegen weersÂinvloeden.
Dit type gevel afkomstig uit de 15e en 16e eeuw duikt tegenwoordig ook weer op als geliefd element bij hedendaags historiserend bouwen.
Alhoewel er geen bewijs voor gevonden is kan dit pand worden toegeschreven aan Jos Seelen (1871-1951). Er zijn veel gebouwen die teruggrijpen naar oude bouwstijlen in de Saroleastraat, de Geleenstraat en de Honigmannstraat door hem ontworpen.
Het is vooral de ‘blokken- en bandenstijl’ en de trapgevel die kenmerkend zijn voor het oeuvre van Seelen.
De geveldriehoek heeft een kruisvenster in het midden en daaromheen drie kleinere ramen.
De driehoek is versierd met dertien fraaie handÂgesmede gevelankers.
Momenteel wordt het pand gebruikt door Pearl Opticien en is het uiterlijk op ooghoogte ingrijpend gewijzigd.