Deze bouwstijl wordt regelmatig omschreven als typisch jaren dertig architectuur. Een nauwkeuriger beschouwing leert dat er in de jaren dertig sprake is van een moderne en een traditionele stroming.
Een moderne stijl met witte vlakken, staal en glas, is in de Heerlense context ook typisch jaren dertig architectuur.
Dit traditionele pand maakt echter nog gebruik van conventionele bouwmaterialen.
Er is wel een begin van zakelijke abstractie.
De topgevel heeft een geometrische vorm bestaande uit een niet geheel voltooide grote gelijkzijdige driehoek. In de top bevindt zich een kleinere gelijkÂzijdige driehoek, als het ware afgesneden door een luifellatei en de uitstekende gootlijn. Zichtbaar is ook het gebruik van een tekendriehoek met 60 graden.
De voorgevel is rechts onder het ver doorlopende dak naar achteren geplaatst, zodat voor de terugÂliggende entree een overdekt portaal is ontstaan.
Het portaal wordt gekenmerkt door het om de hoek continueren van het overstek met een bakgoot.
Onder het uiteinde van deze goot bevindt zich een smal hoog venster met een drieruits roedeverdeling.
Dit soort mooie, maar arbeidsintensieve details zullen later in moderne tijden plaats maken voor doorzonÂramen met grote ruiten. Het metselwerk rechts van de voordeur is uitgevoerd in verticale rijen bakstenen koppen en heeft een console-achtige ondersteuning in hetzelfde metselÂverband.
De stoep in het portaal wordt geflankeerd door een laag keermuurtje in baksteen. In de linkerwand van het portaal is een ‘eerste steen’ ingemetseld met de tekst:
‘Deze steen werd geplaatst door R.E.J. Dullaart-Hagenouw
22 juli 1931′.
Ook de brievenbus is uitgevoerd als een fraaie gevelsteen in een vergelijkbare vormgeving.