De Watersnoodwedstrijd van Nederlandse voetbalprofs tegen het Franse elftal in 1953 is aanleiding tot het oprichten van de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond (NBVB). De stichtingsbijeenkomst vindt plaats in het Grand Hotel te Heerlen.
De Geleense bouwondernemer Egidius Joosten is hier mede initiatiefnemer van. Het volgende jaar richt hij Fortuna ’54 op. Vervolgens vraagt hij zijn vriend en eigenaar van de Opeldealer in Heerlen, Wiel Reiss, om hetzelfde te doen in de Oostelijke Mijnstreek. Dat wordt Sportclub Rapid ’54 dat echter geen terrein heeft en nog datzelfde jaar fuseert met het Kerkraadse SV Juliana en gaat dan als Rapid JC in het gemeentelijke sportpark van Kerkrade spelen.
Ondertussen droomt Heerlen wel van een echt sportstadion. De in 1950 opgerichte Sportstichting geeft aan de architect Holt (1904-1988) opdracht een stedenbouwkundig plan te ontwerpen voor een multifunctioneel sportcomplex voor voetbal, hockey, tennis, atletiek en volleybal.
In 1955 worden daartoe op de Molenberg gronden van Oranje Nassau Mijnen aangekocht en begonnen met de benodigde afgravingen. Voor het ontwerp van het stadion, dat in eerste instantie 25.000 plaatsen zou moeten tellen, werd gekozen voor de Heerlense architect Laurens Bisscheroux (1934-1997).
Hij ontwierp een experimenteel complex gelegen in een kuil zonder de tot dan traditionele sintelbaan om het veld.
De tribunes waren in de helling van de kuil voorzien, direct langs het veld.
Het complex werd in 1962 opgeleverd. Behalve enkele oefenwedstrijden van profclubs is het vooral door amateurclubs en later de hockeyclub gebruikt.
In 2020 is het tot gemeentelijk monument verklaard maar het ligt er nu verlaten bij.
Â