Op 22 september 1930 werd de nieuwe Sint Josephparochie opgericht. Architect Alfons Boosten kreeg in 1939 de opdracht een nieuwe kerk te ontwerpen.
Boosten had een voorkeur voor baksteen, wijde rondbogen en tekende vaak een silhouet van torens en schuine daken dat meer geïnspireerd lijkt op de lokale ambachtelijke bouwwijzen dan op de voorgeschreven kerkelijke bouwstijl.
Opvallend zijn de gesloten gevels waarin smalle hoog oprijzende ramen met ronde bogen zijn gesneden. Ook de geleding van het geheel in kleinere bouwmassa’s, afgedekt met verschillende zadeldaken is een kenmerk van zijn kerkenbouw.
De St. Jozephkerk lijkt veel op eerdere kerken die Boosten had gebouwd.
De rondboogconstructies, in hoogte verspringende daken, roosvensters, open dakstoel etc. zijn bijna constanten voor zijn oeuvre en riepen een experimentele herleving van Romaanse tijden op.
In de Passart heeft het geheel de vorm van een kruisbasiliek waarbij de dwarsbalk, het transept, een verhoogd priesterkoor, een lage toegangsruimte en de absis als afzonderlijke elementen zijn te herkennen.
De kerk is opgetrokken in rode baksteen, die in Vlaams verband is verwerkt, met een kenmerkend roosvenster in de westgevel, ronde bogen en een interieur dat schoonmetselwerk en een houten gebint toont.
In 1980 is een dakruiter met carillon geplaatst naar een ontwerp van architectenbureau Mertens uit Hoensbroek.
In 2010 werd de kerk onttrokken aan de eredienst.





