Het ontwerp is van Jeanne Dekkers. Zij presenteert haar ontwerpen van iconische gebouwen graag vanuit een poëtisch ingenieursschap. Een van haar bekendste werken is het Opleidingsinstituut voor Zorg en Welzijn van de Vrije Universiteit van Amsterdam. Over sporthal ‘In de Biessen’ vertelde zij in de Peutz-lezing van 2009 het volgende:
‘Het ontwerpen van een gebouw begint met het kijken en luisteren naar de plek, het programma van eisen, de identiteit en de cultuur van de gebruiker. In een opgave worden de harde wensen en eisen helder geformuleerd.
Daarnaast is het doorgronden van de niet zichtbare maar zeer essentiële elementen van de opdracht een kunst.
De geaardheid van de gebruiker met zijn ontwikkelde cultuur is zeer belangrijk.’
De sporthal in Hoensbroek mocht geen rechthoekige sportdoos worden, maar moest de vitaliteit van sporten verbeelden, volgens de opdracht van de gemeente Heerlen.
De architecte: ‘In het vlakke deel van het heuvelachtige landschap zocht ik naar een gespierd gebouw, waarvan de buitenkant en de binnenkant een markant karakter zouden hebben. In die tijd las ik mijn kinderen voor uit Jonas en de walvis. De walvis, groot en glanzend aan de buitenzijde, de baleinen als ribben van de maagwand aan de binnenzijde inspireerden mij tot het maken van schetsen.’
‘Het geheel is een glanzend gekromd volume, neerÂgestreken in een groene weide. De kromming, met eenzelfde spanning als een startende hardloper, wordt aan de binnenzijde humaan door gebogen houten spanten die het zilveren dak dragen.’
‘De opvouwbare scheidingswanden zijn opgeborgen in het dak en steken daar als vinnen doorheen.
In deze vinnen is ook de luchtbehandelingsinstallatie opgenomen. De kantine zweeft in een licht doosje vóór de massa van het gebouw.’