Het uitbreidingsplan 1962 voorzag in een hoofdstraat van de Klomp naar ‘t Loon. Van meet af aan veroorzaakte de uitgestrektheid een politiek discussiepunt. De sloop van de westwand van de markt (Hotel Germania, Villa Hustinx Bioscoop Gloria en het Hollandia-theater) werd een pijnlijke ingreep.
Er kwam een voetgangerspromenade, met ‘De Lijnbaan’ in Rotterdam als inspirerend voorbeeld. Het wegprofiel voor auto’s werd gewijzigd in een esplanade met groen, kunst en water. Wat bleef is het strenge concept met imponerende bouwblokken en vastgestelde bouwhoogten.
Daardoor werden sommige gevels nep en uitgevoerd als een soort decor voor het voetgangersgebied.
Veel winkels langs de Promenade vertegenwoordigen naoorlogse moderne bouwstijlen. Baksteen is een uitzondering. De winkel op de hoek voor Van Harens Schoenwinkel ontworpen door John. M. Stuyts in 1963 had zo’n modernistische stijl.
Dit pand werd in 2003 verbouwd door Vandenbergh-Windemuller architectuur, overeenkomstig de oorspronkelijke gevelindeling.
Het architectenbureau van vader en zoon van den Bongard tekende in opdracht van Simon de Wit aan de Promenade een uitbundige gevel met 68 kleine raampjes in het trappenhuis. Er werden er veertig uitgevoerd in een poging de uniformiteit van het straatbeeld te doorbreken. De winkel aan de Geleenstraat liep door tot de Promenade.
Deze symbiose is karakteristiek. Achter de oude invalswegen waren nieuwe straten aangelegd.
Door de bestaande gebouwen in de achtertuin een tweede gezicht te geven en een sluipdoor voetgangersverbinding te maken werden oud en nieuw gekoppeld en architectuurstijlen met elkaar verenigd. Het pand van Kneepkens, nu Mijnmuseum,
Simon de Wit en Pieters-Dortu zijn er voorbeelden van.