Aan de Akerstraat, de voormalige grote weg van Maastricht naar Aken, liggen verschillende villa’s die niet alleen bouwstijlen vertegenwoordigen maar ook laten zien hoe langs de belangrijkste radiale toegangswegen van de stad werd gewoond.
Deze woningen zijn opgetrokken in bruinrode baksteen in Noors verband; metselwerk met afwisselend ‘strekken en koppen’ dat op verticale kettingen lijkt.
Het schilddak is gedekt met grijs gesmoorde verbeterde Hollandse pannen.
Het dubbelblok oogt als één grote villa. De voorgevel heeft twee geometrische virtuele elementen gescheiden door een hoge (ingekorte) schoorsteen op een console. Links een afgeknotte topgevel met een gelijkzijdige driehoek en rechts een lijstgevel met een vierkant. De ramen op de verdieping spelen in op deze compositie: links een smal raam in de top en rechts vier ramen als het ware onder
een kroonlijst.
Deze asymmetrie wordt versterkt door aan de ene kant een bijzonder hoekraam en aan de andere kant door een rond raam boven een bloembak. Dit laatste raam heeft glas in lood in een achthoekig patroon.
Intern zijn in beide woningen van belang: de bewerkte houten trap, de vrije leuning en de overloop. De klimmende ramen in het trappenhuis hebben schitterend rood, geel en paars gekleurd glas.
Tegenwoordig wordt het begrip notariswoning gebruikt om een historiserende symmetrische bouwstijl aan te duiden. Dit is hier duidelijk niet van toepassing.
Maar er woonden wel op beide adressen notarissen.
Aannemer Meijer bouwde de huizen in 1928/1929 om te verhuren. Hij verkavelde de achtertuinen met divergerende lijnen zodat hij zicht hield op een centrale tuin met fraaie bomen, die er nog altijd staan.