In 1915 vestigden de minderbroeders-conventuelen een rectoraat in het gehucht Kouvenrade, waar een complete woonwijk was gebouwd voor de mijnwerkers van de Staatsmijn Emma. Deze wijk kreeg al spoedig de naam ‘Kloosterkolonie’.
Omstreeks 1928 nam de toenmalige rector van het klooster, pater Fortunatus Delgijer, het besluit om in Kouvenrade voortaan een sacramentsprocessie te houden. Een weiland grenzend aan het klooster werd tot sacramentspark bestemd.
Op 12 augustus 1928 werd met toestemming van pastoor Röselaers en de bisschop van Roermond de eerste processie gehouden, die een groot succes werd. Toen reeds gingen stemmen op om in het park een Lourdesgrot te bouwen.
Een actie van de vrijdenkersvereniging ‘De Dageraad’, die bij de staatsmijn Emma pamfletten had uitgedeeld waarin Maria belasterd werd, fungeerde als aanleiding en katalysator voor de daadwerkelijke bouw van de Lourdesgrot.
De uit ruw bewerkte blokken natuursteen opgetrokken Lourdesgrot is gebouwd naar een ontwerp van mijnbouwingenieur L. Schlösser, die ook toezicht hield op de bouw.
In de grot staat een natuurstenen altaar. Rechts van het altaar staat een eveneens van natuursteen gemaakte preekstoel. Het beeld van O.L. Vrouw van Lourdes staat in een nis op circa twee meter hoogte, rechts achter het altaar.
In 1955 werd een ommuring geplaatst, waarop zeven terracotta reliëfs zijn geplaatst naar een ontwerp van beeldend kunstenaar Eugène Quanjel. De reliëfs beelden de Zeven Blijdschappen van Maria uit. Voor Limburg is deze uitbeelding van de Zeven Blijdschappen uniek.
Door de bouw van de nieuwe kerk verdween in 1962 een groot deel van het park en kwam de grot een beetje achteraf te liggen.






