In dit gebouw waren de magazijnen en kantoren van de Gemeentebedrijven ondergebracht die zorgden voor gas, water en licht. De magazijnen waren volgeladen met buizen, kabels en leidingen. Op lange rekken lagen o.a. pijpklemmen, koppelingen en afsluiters.
Het gebouw had een langgerekte vorm met een centraal trappenhuis. Via gesloten gangen waren de grote opslagruimten en de ambtelijke kantoortjes te bereiken.
Wellicht zijn de bedrijfsgebouwen in het werk van Fritz Peutz de minst besproken objecten.
Toch is de bouwstijl interessant en raakt aan het ‘brutalisme’. In een hele familie van gebouwen paste Peutz onbewerkte ruwe beton toe. De term ‘béton brut’ werd voor het eerst gebruikt door Le Corbusier bij de bouw van de Unité d’Habitation in Marseille (1952).
Kenmerken van deze familie waren te vinden bij de Kantoor- en Magazijn gebouwen van Vroom en Dreesmann in Heerlen, de Ondergrondse Vakschool van de mijn Willem Sophia in Spekholzerheide en een Jongensschool in Maastricht.
Deze gebouwen hadden grote gevelvlakken van geprefabriceerde tril-betonnen ramen van 1 m2.
In de architectuurkritieken van de jaren vijftig werd deze schijnbaar onverschillige, niet aangeklede architectuur, als treffend raak en uitgerekend goed gekwalificeerd.
Er zijn nog maar weinig voorbeelden van dit soort functionalistische architectuur waarbij soberheid en eerlijkheid belangrijke kenmerken zijn en de constructie duidelijk herkenbaar in het zicht werd gelaten.
Het Heerlens magazijn van V&D aan de Klompstraat brandde in de nacht van 17 op 18 december 1964 af en de OVS van de Willem Sophia in Spekholzerheide is in slechte staat.