In de Smaragdstraat staan twee soorten mijnwerkerswoningen. Die woningen werden bewoond door mijnwerkers gezinnen waarvan één of meerdere personen bij de Oranje Nassau-mijnen werkten.
In het algemeen gold: hoe hoger de functie, hoe groter het huis. Opzichters en ingenieurs woonden dichter bij de mijn dan de koempels. De stedenbouw illustreerde de hierarchie van het mijnbedrijf.
De witte huizen zijn rond 1902 gebouwd. De kolonie Musschemig is samen met Leenhof de eerste kolonie die door de bouwafdeling van de Oranje Nassau Mijnen zijn ontworpen. Er zijn 48 woningen voor mijnwerkersgezinnen en zes beambtewoningen gebouwd. Het ontwerp van deze woningen werd sterk beïnvloed door de manier waarop in Duitsland gebouwd werd in die tijd.
De woningen zijn wit geverfd, voorzien van hoekÂpilasters en verspringende baksteen banden onder de dakrand.
De bouwkosten bedroegen 300 gulden per woning.
Toen de Lotharingse familie De Wendel in 1908 eigenaar werd van de Oranje Nassau-mijnen zijn er huizen gebouwd in Lotharingse stijl.
Deze woningen worden gekenmerkt door een buitengewoon decoratieve architectuur, met onder andere lisenen, getoogde strek, decoratief metselwerk onder de dakrand en wolfsdaken.
De twee Lotharingse woningen in deze straat hebben hun authentieke vorm het best bewaard.
De Lotharingse woningen zijn ontworpen door de architect van Bouwbureau ON mijnen, ir. Jan Lugten (1866-1947), die afkomstig was uit Vianen en van 1907 tot 1921 werkzaam op de bouwafdeling.
Ook deze woningen hebben allemaal een heel grote tuin die in die tijd gebruikt werd voor het verbouwen van groente voor eigen gebruik.