In 1989 stelde de gemeenteraad een ontwikkelingsplan vast dat beoogde de attractiviteit van de binnenstad te versterken. Er zou een compact bruisend centrum ontstaan met daar omheen een krans van woningbouw. Referentiebeeld voor dit project was de ‘Mariahof’ in Utrecht van de Vlaamse bouwmeester bOb van Reeth.
Drie clusters, met in totaal 350 woningen, moesten de oostelijke flank van de binnenstad oppeppen.
‘Klein Vaticaan’ was de stedenbouwkundige werktitel van dit plan, met een knipoog naar het kerkelijk verleden van deze plek.
Tussen de Caumerbeek en het middeleeuwse Landsfort lag het complex van de Broeders van Sint Joseph, die vanaf 1867 voor opvang van hulpbehoevenden zorgden.
Aan het einde van de 19e eeuw ontwikkelde Heerlen zich tot een internationaal kuuroord gestimuleerd door de Kneipp-methode van broeder Aloysius. Er kwam in 1899 een heus sanatorium: het ‘Mariabad’.
In 1929 werd het mannenhuis aan de Gasthuisstraat door architect J. Seelen uitgebreid. ‘Klein Vaticaan’ zou een brug slaan tussen de kleinschaligheid van de Deken Bemelmansstraat en de geplande glazen torens bij het kerkhof.
Deze torens werden bekend als de drie Musketiers (Architect Wiel Arets) maar zijn nooit gerealiseerd.
Het mannenhuis werd in oude sfeer hersteld en aangevuld met verschillende nieuwe woningtypes zoals patiowoningen, videwoningen en stadsvilla’s.
De architectuur wordt gekenmerkt door de aanwezige hoogteverschillen en het contrast tussen traditionele baksteen en modern pleisterwerk. Opvallend is de semi-openbaarheid.
Alle woningen liggen aan een hof dat in de avonduren kan worden afgesloten.