Met de komst van de spoorlijn in 1896 werden landÂwegen en lanen ingrijpend doorsneden. De rails lopen in vergelijking met andere steden dicht bij het middeleeuwse centrum.
De Romeinse radialen zijn daardoor voor het grote publiek moeilijk vindbaar geworden. De weg naar Schaesberg is niet meer het vanzelfsprekende verlengde van de Klompstraat. Als het filmdoek van het auditorium in het Glaspaleis Schunck zich oprolt verschijnt dit stukje van de Heerlense geschiedenis in beeld en wordt de een na de anderen barricade tussen de binnenstad en Heerlen-Noord zichtbaar
met als focuspunt het strenge en stoere hoofdbureau van politie.
Arets bestudeerde evenals Tadao Ando, le Corbusier. Driedimensionale ordening van eenvoudige zich herhalende bouwvolumen en ascetisch materiaalÂgebruik zijn hem niet vreemd. Hij maakt gebruik van zichtbeton, hout, zink en weinig kleuren.
Veelsoortige raamopeningen en blinden ondersteunen de uitgekiende vlakverdeling. Wit, grijs en zwart overheersen. Door toepassing van hetzelfde materiaal voor binnen en buiten, lopen vlakken van binnen naar buiten door.
Het politiebureau bestaat uit twee gebouwen links en rechts van de spoorrails met elkaar verbonden door de bestaande tunnel. Door de architectonische samenhang van de beide gebouwen en de aanwezigheid van grote glasvlakken lijkt de trein zich, haast surrealistisch, door het gebouw te bewegen.
Het lang uitgerekte gebouw heeft fijnzinnige verspringingen, hoogteverschillen en hellingbanen. Een voor Arets kenmerkende opgaande loopbrug met open betonnen trappen markeert de hoofdingang en levert een stedenÂbouwkundige bijdrage aan het profiel van de nu helaas doodlopende Stationsstraat. De eveneens lang gerekte tekst op de gevel is architectonisch mooi ingepast in
het ontwerp.