De noordelijke straatwand van de Oliemolenstraat volgt trapsgewijs het verloop naar de Caumerbeek en wordt, voordat de Oliemolenstraat zijn steile klim naar de Molenberg begint, even om de hoek doorgezet.
Vanuit stedenbouwkundig perspectief vormen Oliemolenstraat 29-31 en Groene Boord 1 een samengestelde hoekoplossing.
Architect Willem J.C. Tap (1890-1958) woonachtig in Heerlen, ontwierp in de lente van 1935 Oliemolenstraat 29.
Op zijn tekeningen staan versieringen, muurtjes, erkers en bloembakken.
De twee andere panden volgen in de zomer van 1935.
De opdrachtgever was de NV Wabo uit Eindhoven.
Van gemeentewege werd aangegeven dat afstemming zou plaats vinden met het aangrenzende huis. Dat lijkt de trendsetter voor de bouwstijl en de materiaalkeuze.
Maar wie vandaag de dag het resultaat bekijkt zou kunnen vaststellen dat de laatste huizen het voorbeeld hebben overtroffen. De hoekoplossing beschikt wellicht over meer superioriteit dan het ontwerp van Tap. Opvallend zijn de rondboogdetails boven de voordeuren en driehoekige erkertjes met glas in lood, op een bijpassende console.
De panden hebben twee verdiepingen en zijn deels onderkelderd. Het metselwerk bestaat uit roodbruine baksteen in kettingverband. De huizen hebben gelijkvormige kapconstructies met hoeken van
45 graden en daklijsten op uitkragende gootklossen.
De entreepartij aan de kant van de Groene Boord heeft accenten zoals het balkon met openslaande stolpdeuren, de gebogen luifellatei, een tweede erkertje en een rond raampje in de topgevel.
De beuken zijn georiënteerd op het zuiden zodat de salons de meeste zon ontvangen. De keukens zijn aan de noordkant gesitueerd.