Dit pand staat op de plaats waar de Caumerbeek ondergronds gaat en vroeger veel Heerlenaren op Koninginnedag over een smal voetpaadje door het tunneltje onder het spoor naar het vuurwerk aan het Schandelerboord gingen kijken.
Het was op initiatief van Burgemeester Charles de Hesselle dat, toen het moderne mijnbedrijf in productie kwam en omstreeks 1896 de eerste spoorweg van Sittard naar Herzogenrath was aangelegd, het gemeentebestuur aan het denken werd gezet om moderne nutsvoorzieningen te realiseren.
Na enige oriëntatie werd besloten tot een eigen elektriciteitsbedrijf. De aanbesteding vond plaats in 1901, toen Jozef Seelen nog maar net stadsbouwmeester was.
In 1902 stak de burgemeester officieel voor het eerst de straatverlichting aan. Het eerste net was gebaseerd op gelijkstroom. Al gauw bleek dat voor een groeiende stad wisselstroom beter was. In 1912 werd besloten tot de bouw van een schakelstation voor deze nieuwe vorm van elektra aan de Gasthuisstraat.
Het pand heeft architectonische invloeden van de NeoÂrenaissance zoals de natuurstenen sluitstenen, raamdorpels en aanzetstukken die ook wel als blokken- en bandenstijl worden bestempeld en vooral bij de beschouwers een sierende indruk wilde achterlaten.
Veel later is het karakteristieke hoekpand omgebouwd tot woon-winkelhuis en weer later tot een witgeschilderd makelaarskantoor. De natuurstenen gevelplaat herinnert nog met diep uitgehakte letters aan de oude functie ‘Electrisch Schakelstation’
Opvallend is de ronde hoek die door middel van een console gemaakt van hetzelfde materiaal en aangebracht op dezelfde hoogte, overgaat in een rechte hoek.