Op 9 mei 1933 verleent het college van B&W van Hoensbroek aan de heer J. Berlie vergunning tot het bouwen van twee woonhuizen. Het ontwerp van het dubbelblok is van de hand van de Hoensbroekse architect Camille de Smet.
De Smet (1891-1957) had eerder al in 1931 naam gemaakt met een spraakmakend ontwerp voor zijn eigen moderne woonhuis aan de Kouvenderstraat, dat een Rijksmonument is.
Deze nu door hem in een traditionele stijl ontworpen woonhuizen werden gebouwd aan de op dat moment nog naamloze nieuwe straat als verbinding tussen de Wilhelminastraat en de Akerstraat, die later zijn huidige naam kreeg.
Kenmerkend voor de dertiger jaren is onder andere de plattegrond met twee vergelijkbare ongeveer vierkante kamers, een aan de straatzijde en een aan de tuinzijde.
Er tussen rollen schuifdeuren meestal geflankeerd door verdiepingshoge kasten. Dit principe wordt kamer-en-suite genoemd.
Het pand heeft een sterk oprijzend hoog schilddak.
In de voorgevel domineren de twee boven elkaar geplaatste erkers.
Waar in de voorgevel het horizontalisme beeldbepalend is, hebben de twee zijgevels een vertikalistisch karakter.
Drie smalle ramen links en rechts verlichten het trappenhuis op de eerste verdieping en de zolder. De uitstekende bakgoten en de betonnen lateien ‘omarmen’ de beide zijkanten. Er zijn oprijzende schoorstenen.
In het oorspronkelijke ontwerp stond een open entreehal getekend met een toegangsdeur in de voorgevel. De hal is nu gesloten uitgevoerd met de toegangsdeur in de zijgevel.
Het metselwerk is uitgevoerd in zogenaamd ‘Noorsverband’, een vorm van kettingverband waarbij in iedere laag ‘twee strekken en een kop’ elkaar opvolgen.




