Deze drie dubbelblokken liggen langs de oude route: Molenberglaan – Oude Bergstraat – Holleweg.
In de huidige verschijningsvorm is de Oude Bergstraat met een bajonetaansluiting ondergeschikt gemaakt aan de Molenberglaan. Twee hoger gelegen blokken zijn genummerd aan de Oude Bergstraat en één lager gelegen blok aan de Molenberglaan.
De groene entourage, de rode baksteen en de geveldrieÂhoeken doen denken aan de ‘Garden City Movement’ zoals het Britse dorpje voor werknemers van de zeepfabriek in Port Sunlight. Het arbeidersdorp beïnvloedde de bouw van tal van tuindorpen.
Het rode metselwerk bestaat uit halfsteensverband waardoor de architectuur beter tot uitdrukking komt.
De rollagen versterken de ‘waterpaslijnen’ en accentueren de ligging op de glooiing van de Molenberg.
Stuyt schreef: ‘architectuur van vlakken’. Het was zijn bedoeling om met lijnen, vlakken onder te verdelen.
Deze stijlkenmerken laten, avant la lettre, vooruitÂstrevende opvattingen zien. Het onderraam is soms in vier ruiten verdeeld. Daarbij is gebruik gemaakt van het timmermansfoefje om het vierkant net iets hoger dan breed te maken.
Dit versterkt de visuele perfectie van de vorm.
Het kozijn van de dakkapel is als duo toegepast in de verdieping. Terwijl op de begane grond de gebruikelijke driedeling terugkomt zowel in de kozijnindeling als wel in de toepassing van een drieruits- en zesruitsbeglazing.
De loodslabben boven de kozijnen zijn ‘met de hand van een vakman’ in een golfjeslijn gesneden.
Op nummer 103 is de oorspronkelijke karakteristiek met luiken nog aanwezig. De kroonlijst van de dakÂkapel heeft de klassieke detaillering met een kraal, kraallat en een geprofileerde boeiboord.