Bovenop de woningnood die sowieso al heerste in Heerlen kwam ook nog eens de woningnood tengevolge van de Tweede Wereldoorlog. In de jaren 50 werd de wijk ‘Molenberg’ uitgebreid met een nieuwe buurt. Die buurt werd in de volksmond al snel de Witte Wijk genoemd vanwege de witgeschilderde gevels.
De Witte Wijk is een ontwerp van de stedebouwÂkundige Jos Klijnen (1887-1973) en architect Henk Stoks (1887-1967). De woningen in de wijk zijn gebouwd volgens het door architect Frans Welschen ontwikkelde systeem en zijn eenvoudig maar netjes van opzet. Voor de rijtjeswoningen bevindt zich een grasperkje dat de wijk een enigszins sjieke uitstraling geeft.
Omdat er na de oorlog weinig ambachtslieden beschikbaar waren (metselaars en timmerlieden) en ook bepaalde bouwstoffen schaars waren, heeft architect Frans Welschen (1884-1961) uit Rotterdam een manier bedacht waardoor er snel gebouwd kon worden, het naar hem genoemde Welschensysteem is in ons land maar liefst 5.600 keer toegepast in diverse variaties maar wel met hetzelfde principe.
Het bouwen volgens dit systeem kwam erop neer dat het constructieve deel van een gebouw van beton werd gemaakt en alle overige muren opgetrokken werden met lichtgewicht koolasÂbetonsteen (holle blokken).
Het flauwe dak van 12 graden werd gedekt met bitumen en de buitengevels werden bekleed met gevelplaten.
Diverse onderdelen van de woningen werden geprefabriceerd in de werkplaats waardoor de fabricage geen vertraging opliep vanwege weersomstandigheden.
De wijk is tussen 2004 en 2006 gerenoveerd.
Niet alleen de woningen van de Witte Wijk op Molenberg, maar ook de flats van de Prinsessenbuurt in Heerlen zijn volgens het Welschensysteem gebouwd.