De structuur van Heerlen wordt herkenbaar aan de hand van de beekdalen met zeven watermolens. Weltermolen, Eikendermolen, Köpkesmolen, Schandelermolen, Oliemolen, Caumermolen en deze Caumeroliemolen.
De Onderste Caumer bestaat uit enkele ambachtelijke huizen, deels in vakwerkbouw. Enkele jaren terug is het geheel vernieuwd.
Dat geldt vooral voor huisnummer 2 dat voorheen de Onderste Caumermolen (Caumeroliemolen) was.
Wanneer de molen precies ontstond, is moeilijk na te gaan door het ontbreken van archiefstukken. Maar ze stamt minstens uit de 17e /18e eeuw.
Toen was de molen in het bezit van de familie Corters.
De kleine watermolen was een onderdeel van de boerenhoeve.
Kort na de Tweede Wereldoorlog is het molengedeelte, dat aan de noordzijde van het tegenwoordige bakÂstenen huis lag, afgebroken. In het midden van de 19de eeuw had de watermolen een bovenslagrad met een middellijn van 3,92 m. en 68 cm dik.
De molenaar perste met de maalstenen uit onder andere lijnzaad de olie die de basis was voor de productie van olieverf, olie voor bakken en braden en als lampolie.
Het enige dat nu nog aan de molen herinnert zijn de resten van molenstenen in de overigens fraai aangelegde tuin.
In deze tuin lag ook de sluis voor het ‘Vlot’, een kanaaltje dat in de Romeinse tijd de Heerlense thermen van water voorzag en tot het begin van de 20ste eeuw diende om op zondag de poelen in de Heerlense dorpskom en de gracht rond de Pancratiuskerk van vers water te voorzien.
De Vlotstraat herinnert nog aan deze functie.