In 1950 start Philips met de bouw van een atelier voor de montage van elektronenbuizen. Dat was met name werkÂgelegenheid voor vrouwen. Gekozen werd voor laagbouw in donkerbruine baksteen met licht hellende zadeldaken en grote stalen deur- en raampartijen voor een natuurlijke lichtinval.
Oude leidingstraten maken hoog boven het maaiveld verbinding tussen de afzonderlijke gebouwen.
De omringende woonhuizen lijken op een aantal plaatsen een beeldbepalend onderdeel uit te maken van het transparante bedrijfsterrein. Het complex is stapsgewijs uitgebouwd en beslaat nu een terrein van 15 ha. met daarop gebouwen met een bruto vloeroppervlakte van 43.000 m².
In de loop der jaren is de productie verschoven van magneetknoppen voor cassetterecorders naar beeldversterkers voor röntgenapparatuur en LCD’s voor beeldschermen.
In de jaren zestig werden ook steeds meer mijnwerkers aangetrokken. Eind jaren zestig werkten er ca. 1.800 mensen
In 2000 kopen Breevast en Stienstra Commercieel Vastgoed het complex, waarna het in 2007 wordt doorverkocht aan TCN Charlemagne. Deze herÂontwikkelt het tot een zogenaamd ‘Urban Parc’ waar ook ruimte is voor activiteiten zoals sport en cultuur. De nieuwe naam wordt C-Mill.
De binnenruimten worden herontwikkeld voor kleinschalige bedrijven, vergaderlokaties etc. op basis van ontwerpen van de architecten Erol Öztan en Marc Vola.
C-Mill wordt in 2011 uitgeroepen tot het beste overall bedrijventerrein van Nederland. In 2022 wordt het vastgoed verkocht aan een beleggingsfonds. Nu zijn er ca. honderd bedrijven met achthonderd medewerkers gehuisvest.